Geschiedenis Moen

Naamgeving:
In 988 Mulnis (wat aarde betekent), 1175 Mosnes, ook Mouwe en Mouden.

Omstreeks 1280. Tussen Heestert en Moen. In de beboste en moerassige gebieden leefden zonderlinge wezens. Daar was het merendeel zonder geestelijke afwijkingen. Ze trokken er vaak 's nachts op uit met 'weyde swarte cleeren ende purperen gelaat'. Soms hadden ze een bezem bij. Ze joegen de brave burgers de schrik op het lijf. Met het leggen van groenten en fruit aan de deur probeerde men de toveressen op afstand te houden. De schrikaanjagende nachtvlinders werden soms gevangen en veroordeeld. Ze verdwenen uit het straatbeeld eenmaal mannen (moordenaars) met allure en posture het dorp onveilig maakten.

De belangrijkste heerlijkheden in Moen waren Bavegem en Erbodegem.
In de middeleeuwen was de zuid-oostwaarts gelegen heerlijkheid van Erbodegem als het ware een klein dorp. Wanneer het Goed van Erbodegem tot stand is gekomen is niet geweten, maar de hoeve is zeker zeven eeuwen oud. Archiefstukken vanaf 1304 verwijzen naar de hoeve, het Goed of de Heerlijkheid. De naam zou enerzijds verwijzen naar de Oost-Vlaamse gemeente Erembodegem, anderzijds betrekking hebben op de gelijknamige familie die in de eerste helft van de 14de eeuw eigenaar van de hoeve was. De schrijfwijze heeft diverse vormen aangenomen. In de bronnen wordt ze vermeld als ‘thof d’Erboudenghem, dierbaughem, eerboyghem, erbodegem, errenbodeghem, ertboyeghem. Op kaarten wordt de hoeve genoemd: Herboteghem (1695), Erembodegem (1771). De naam van de huidige Herembodegemstraat zal waarschijnlijk de vooraanstaande “h” te danken hebben aan die eerste kaartvermelding. Deze hoeve is de laatste honderd jaar in handen van de familie Veys.
De heerlijkheid van Moen had een kasteel. Het dateerde uit de 16de eeuw. Het werd dan gebouwd of vernieuwd. Het stond recht tegenover de dorpsplaats en was omringd door een wal. Het indrukwekkende gebouw verdween in 1822. Het neerhof dat ten oosten stond van het kasteel bleef overeind.
De heerlijkheid van Mauwe werd op 24 september 1718 door Karel VI voor Ignaas de Croix tot graafschap verheven. Aldus bestond Moen uit een graafschap met tien heerlijkheden en zes lenen. In de 18de eeuw werden de heerlijkheden verkocht en de lenen door huwelijken verenigd, anderen werden verkocht. Ignaas de Croix was o.a. heer van Dadizele. Hij stamde af van het geslacht Dumez dat in 1430 de naam en de wapens de Croix aannam.
Het kasteel moet onder het bewind van de Noordelijke Nederlanden (1815-1830) verdwenen zijn. In de loop van de 19de eeuw heeft het slot ook tal van veranderingen meegemaakt. Enkele wallen werden opgevuld en aan landerijen toegevoegd. Misschien zijn de stallingen nog dezelfde van het kasteel. De manier van bouwen en de bouworde duidden op de middeleeuwen. De noodlottige gevallen en tijdsomstandigheden droegen tot verval van het kasteel bij.
In 1382 tijdens de strijd van Artevelde tegen Oudenaarde poogde men het kasteel in brand te steken want Jan van Baronaige, toenmalig heer van Mauwe, stond aan de kant van Oudenaarde. Onder de onlusten ten tijde van de Geuzen had het kasteel ook veel te lijden. De kleine toren naast de ingangspoort stortte in het jaar 1815 met donderend gedruis in. De muren rondom werden in de wal gegooid. Van het vroeger kasteel blijven enkel nog de toegang (de valbrug werd door een stenen vervangen), de wal (+/- 1,5m diep), de poort met het oude schild, de linker zijtoren met rechthoekige openingen en vroegere kijk- en schietgaten, over. In 1893 brandde het neerhof helemaal af. Het volgend jaar werd een grote nieuwe hofstede gebouwd die de jongste honderd jaar door de familie Debrabandere werd bewoond, momenteel bewoond door een nieuwe eigenaar.
Toen in 1874 M. Van Severen tot pastoor van Moen werd benoemd, werd hij bij bisschop Mgr. Malou geroepen. Die vroeg de nieuwe pastoor: Kent gij Moen? "Als ik er wat van wete, Monseigneur, 't is dat het enen prochie is waar ze vechten met messen".
Inderdaad met het mes in de mond heeft de Moenenaar geschiedenis geschreven. Over het Moen van toen wordt ook gezegd dat er een mes op de kerktoren stak. Het lijdt geen twijfel dat onze dorpsgenoten van weleer strijdlustig waren. Feit is dat Jan van Baronaige, een ridder van een der meest aanzienlijke geslachten van Vlaanderen, die op het einde van de 13 de eeuw met Maria van Ter Mouwe (Moen) huwde, de eerste gezant van Gewijde van Dampierre was. In 1300 verliet hij Moen om Gewijde te vergezellen naar Parijs, waar hij zijn gevangenschap samen met 29 andere Vlaamse edellieden deelde. Om aan de Guldensporenslag deel te nemen zal hij niet veel moeite hebben moeten doen om de vechtlustige Moenenaar mee te krijgen. In ieder geval wordt van Jan van Baronaige gezegd dat hij evenals velen van zijn voorgangers 'trouw aan de zijde zijner vorsten staende, door beleid en dapperheid hoog heeft uitgemunt'. Zijn kleinzoon Zegher van Baronaige hertrouwde met de weduwe van Jacob van Artevelde. Op 24 september 1718 werd "de heerlijkheid Mouwe" tot graafschap verheven. In de Middeleeuwen had Moen veel te lijden onder de oorlogen in Vlaanderen. In 1316 werd Moen enkele dagen door de Fransen bezet. Moen dat afhankelijk was van de kastelrij Audenaerde moest bij de vele veldslagen een deel van zijn manschappen ter beschikking stellen om het vaderland te behoeden tegen alle invasies van de vijand. Zo waren ze ook vertegenwoordigd in het leger dat door Jacob van Artevelde in 1340 naar Doornik werd geleid om er de Fransen te belegeren. Tijdens de godsdienstperikelen in de 16de eeuw ging het er in Moen en omstreken alsmaar erger aan toe. De Spaanse soldaten van Alva schiepen er het genoegen in het arme landvolk af te persen en moedwillig te tergen. Daarbij kwam nog een verschrikkelijke pest het volk beproeven, alsook moesten alle misdaden en overtredingen ongestraft blijven. Ten jare 1583 moest de Raad van Vlaanderen voorlopig de justitie binnen de kasselrij Oudenaarde uit te voeren. Van toen kon Moen zich van de geleden rampen en verliezen herstellen.

Sedert 1 januari 1977 maakt Moen deel uit van de fusiegemeente Zwevegem tesamen met de gemeenten Heestert, Otegem en Sint-Denijs.

Voor 15 december 1949 gebruikte het gemeentebestuur van Moen het rijksstempel met de klimmende Belgische leeuw. Op basis van het nieuwe gemeentewapen werd een sierlijk ontwerp gerealiseerd voor de gemeente Moen. Dit zegel werd door de Raad van Adel goedgekeurd in 1950 en komt van dan af voor op diverse ambtelijke stukken van het Moense gemeentebestuur. Dit gemeentezegel was opmerkelijk groot en had een diameter van 5 cm.