Kerk Moen

Sint-Eligiuskerk:
Sint-Elooi was in de 9de eeuw smid in het Franse Noyon. Hij werd bisschop en (kroonde Karel de Grote tot keizer) kwam naar België om het evangelie te verkondigen. Opdat zijn geloofspreek weerklank zou vinden liet hij in onze streek diverse houten kapellen en kerken bouwen. Op de plaats in Moen, waar de huidige kerk staat, was er ook één. Daar werd de eerste stenen kerk rond de jaren 1100 gebouwd. Het was een romaanse kruiskerk met vierkante middentoren.

De hele kerk was in veldsteen opgetrokken. Ze was voortdurend een mikpunt in de oorlogen. Toen de katholieke keizer Karel V in de 16de eeuw zijn veldslagen voerde tegen de protestanten werd de kerk door de geuzen serieus beschadigd. Vele herstellingen waren nodig en de kerk werd daarna door de bisschoppen van Doornik herwijd. De Moense kerk werd ook geregeld geplunderd en in brand gestoken, onder andere in 1667 door krijgslieden van Lodewijk XIV. Vanaf 1703 werd een schildwacht dag en nacht op de kerktoren geplaatst om eventuele aanvallen af te slaan en om de mensen en de gebouwen te beschermen. Dat sloot niet uit dat de kerk en de pastorie af en toe een opknapbeurt nodig hadden. Vervolgens rukte in 1706 een geweldige storm schalies van de kerk en vijf jaar later stortte de torenspits in. In 1749 diende het gehele kerkkoor hersteld te worden. De kosten hielden niet op en de kasselrijen (nl. Kortrijk, Oudenaarde en Doornik) die de kosten moesten dragen, kwamen samen om over de uitvoering te beslissen. Toen in 1858 de kerkelijke overheid liet weten dat de toren bouwvallig was, deze moest afgesmeten en opnieuw gemetseld worden, duurde het toch nog tot 1873 vooraleer de kasselrijen besloten een nieuwe kerk te bouwen. Aldus werd een paar jaar later overgegaan tot het bouwen van een nieuwe huidige neo-gothische Sint-Eligiuskerk. Ze werd in 1878 voltooid.


In de voorgevel werden de beelden geplaatst van Sint-Elooi en Sint-Hubertus, de eerste en tweede patroonheilige van de parochie en werd het wapen van de laatste dorpsheren ingemetseld.
Op 25 oktober 1918 stond de kerk in lichterlaaie en op de muren en de sacristie na was ze volledig uitgebrand. In 1920 werd met de herstellingswerken begonnen en op 19 juli 1921 werd het kruis en op 9 augustus de haan gezet op de toren.
Ter gelegenheid van de dorpsfeesten in 1978 werd het 100-jarig bestaan van de Sint-Eligiuskerk gevierd.
In 1980 werden dan terug restauratiewerken uitgevoerd aan het dak, de kerktoren en de glasramen na een storm.
In 1999 werden de binnenmuren herschilderd in een lichtgeel tintje.

Het kerkorgel:

Het orgel dat zich op het doksaal bevond en gebouwd werd door een zekere Joris uit Ronse en op 3 oktober 1924 werd ingespeeld, werd na vele jaren verlaten door de organist om achter een klein orgel plaats te nemen vooraan terzijde van de kerk. Dank zij het zangkoor onder voorzitterschap van wijlen Wilfried Jacques werd het doksaal terug opgezocht en het oude kerkorgel opnieuw in gebruik genomen. Na jaren van rust leek het orgel onherstelbaar, maar op ommegangsmaandag 23 juni 1991 werd de wedergeboorte van het kerkorgel gevierd met een optreden.

Het kerkhof:

De doden werden op de gewijde grond rondom de kerk begraven. De dodenakker was omwille van zijn sacraal karakter een beschermd gebied en wie dit betrad kon volgens de kerkelijke rechtspraak beboet worden, op zijn knieën beterschap moeten beloven of dagen moeten vasten op water en droog brood.
In de middeleeuwen moesten de kerken omheind worden. Bomen werden geplant. Omstreeks 1650 kwamen de kerkhofkruisen en de kalvaries op de kerkhoven. In de 19de eeuw kreeg het Moense kerkhof een muurtje met daar bovenop puntige spijlen als afbakening. Begin de jaren '50 werd langs de dreef, de huidige Sportstraat, een nieuw kerkhof aangelegd. Op aanvraag en mits betaling werden graven van het oude kerkhof overgebracht. De gedenkstenen werden verwijderd en van de begraafplaats werd een gazon en parking gemaakt. Er werden ook zilverberken, japanse kerselaars en enkele uitheemse planten aangeplant. Op het nieuwe kerkhof zijn er geen ereparken of voorbehouden ruimten voor geestelijken of vooraanstaanden meer.

De klokken:

In 1702 kreeg de Sint-Eligiuskerk grote zware klokken. De grootste woog 2000 kg, de kleinste 1500 kg. De geschonken Sint-Elooisklok, waarvan de klepel vroeg slijtage aan het gietijzer teweegbracht, werd in 1735 hergoten door de bekende Heestertse klokkengieter Ignace De Cock.
Met de bouw van de nieuwe kerk in 1921 werden ook 3 nieuwe grote klokken binnengehaald.
In de Tweede Wereldoorlog moesten de klokken van de Duitsers worden weggevoerd. De nieuwe klokken werden in 1948 ingewijd.
Tot in 1978 werden de klokken met de hand geluid. Dit was de taak van de misdienaars voor de gewone missen en de erediensten. Bij grote plechtigheden gingen de klokkenluiders aan de slag. Thans wordt het klokkenluiden automatisch geregeld.